Behandeling van kinderen en gescheiden ouders

Behandeling van kinderen met gescheiden ouders

Wij houden ons aan de richtlijnen van de KNMG ten aanzien van het behandelen van minderjarige kinderen met gescheiden ouders.

Foto gescheiden ouders

In deze wegwijzer geeft de KNMG antwoord op de vraag of een arts, voorafgaand aan een medische behandeling van een minderjarig kind, altijd toestemming moet hebben van beide met gezag belaste ouders.  
De wet gaat hiervan uit, volgens de rechter hoeft dit niet altijd. Wie beslist?

De hoofdregels

  • Over een kind jonger dan 12 jaar, beslissen degenen die het gezag over het kind uitoefenen. Meestal hebben beide ouders van het kind het gezag, soms ligt het gezag bij één ouder, soms bij een of twee voogden. Zijn er twee gezagsdragers, dan beslissen zij samen. De mening van het kind doet formeel niet ter zake, maar speelt in de afwegingen wel een rol.
  • Is het kind 12 maar nog geen 16 jaar oud, dan is naast de toestemming van de gezagdrager(s), ook de toestemming van het kind zelf vereist.
  • Is het kind 16 of 17 jaar, dan beslist hij zelfstandig.
  • Is een kind wilsonbekwaam, dan beslist/beslissen de gezagdrager(s).

Gezag na echtscheiding

De hoofdregel is dat ouders na echtscheiding beiden gezag houden, ook al is de zorg voor het kind soms in hoofdzaak in handen van één van beide ouders. De rechter kan bij de echtscheiding het gezag aan één van de ouders toewijzen. Deze ouder treedt dan als enige op als vertegenwoordiger van het kind. De ouder die niet (meer) met gezag is belast, heeft dan geen zeggenschap meer over de behandeling en heeft ook niet meer de aan het beslissingsrecht gekoppelde rechten, zoals het inzagerecht.
De niet met gezag belaste ouder heeft desgevraagd wel recht op informatie over ´belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen’ (art. 1:377c Burgerlijk Wetboek). Op die manier kan de niet met gezag belaste ouder zich onafhankelijk van de gezagdragende ouder een beeld vormen van de verzorging en opvoeding van zijn kind.
Het recht op informatie van de niet met het gezag belaste ouder betreft alleen feitelijke en globale informatie. De arts kan beslissen de niet-gezagdragende ouder informatie te onthouden als hij deze informatie ook niet aan de gezagsdrager zou verstrekken of als het belang van het kind zich tegen informatieverstrekking verzet.

Als beide ouders na echtscheiding gezagdragend blijven (hetgeen de hoofdregel is), zijn zij ook beiden beslissingsbevoegd en moeten zij in beginsel dus ook beiden toestemming geven voor een behandeling.
De WGBO biedt echter ruimte om een kind ook te behandelen als (één van beide) ouders geen toestemming geeft/geven of behandeling weigert/weigeren. Zie daarover hierna onder ‘Weigerende ouder(s)’.
Te onderscheiden van de gezinsvoogd die bij een ondertoezichtstelling (OTS) optreedt. Bij een OTS behouden de ouders het gezag; de gezinsvoogd is niet met gezag belast.

Gezagsregister

Bij wie het gezag van een minderjarige ligt, is vastgelegd in het gezagsregister. Het gezagsregister is openbaar en kan door iedereen worden geraadpleegd. Een verzoek tot inzage in het gezagsregister kan worden gericht aan de griffier van de rechtbank van het arrondissement waarin het kind geboren is. Voor kinderen die buiten Nederland geboren zijn of van wie de geboorteplaats onbekend is, kan men zich richten tot de griffier van de rechtbank Amsterdam. Aan inzage zijn geen kosten verbonden. U kunt ook (de ouder laten) vragen om een uittreksel. Daar zijn wel kosten aan verbonden. In het gezagsregister staan beslissingen van de rechter over het gezag over minderjarige kinderen. Gezag ‘van rechtswege’, zoals het gezag van moeders, ouders tijdens huwelijk of geregistreerd partnerschap, en gezamenlijk gezag na scheiding, staan niet in het gezagsregister. Gezamenlijk gezag van een ouder en diens partner en gezamenlijke voogdij worden wel in het register vermeld, evenals minderjarigheidsverklaringen, ondertoezichtstellingen en voorlopige voogdij.

Eén ouder begeleidt het kind

In de praktijk begeleidt vaak één ouder het kind bij een bezoek aan de arts. De vraag is of de arts zich in zo’n situatie steeds actief moet vergewissen van de gezagsverhoudingen en/of van de toestemming van de andere ouder. Als dat zo zou zijn, zou de zorg erg onwerkbaar worden.

Gezagsverhoudingen nagaan

Uit de tuchtrechtspraak volgt dat artsen bij een nieuwe behandelrelatie in beginsel gehouden zijn te informeren naar de gezagsverhoudingen.
Dit opdat zo nodig (zie hierna) ook de andere gezagdragende ouder expliciet om toestemming kan worden gevraagd. Is er reden voor twijfel aan de informatie die de ouder verstrekt, dan kan het gezagsregister worden geraadpleegd. Een situatie van echtscheiding is niet per definitie reden voor twijfel. Gezamenlijk gezag na echtscheiding is immers de hoofdregel.

Naar de toestemming vragen 

Als één van beide gezagdragende ouders op het spreekuur verschijnt, dan mag de arts er vanuit gaan dat deze mede namens de andere gezagdragende ouder spreekt, óók als er sprake is van een echtscheiding. Alleen als de arts aanwijzingen heeft dat de niet aanwezige ouder een andere mening is toegedaan, moet hij deze ook expliciet om toestemming vragen.
Hetzelfde geldt voor een verwijzing voor of een advies over een behandeling. Ouders die gezamenlijk gezag hebben, moeten met elkaar overleggen, óók als ze gescheiden zijn. En als dat niet lukt, moeten zij in beginsel zelf contact zoeken met de arts en een eventuele concrete weigering kenbaar maken.

(Zie CTG 19 april 2011 nr. C2010.135, LJN YG1064, MC 2011 nr. 21. 3 Zie art. 1:253i BW dat bepaalt dat als ouders gezamenlijk gezag uitoefenen, zij het kind gezamenlijk vertegenwoordigen in burgerlijke handelingen, met dien verstande dat een ouder alléén hiertoe ook bevoegd is, mits niet van bezwaren van de andere ouder is gebleken).

Dan ligt het conflict waar het hoort: bij de ouders zelf. Een andere opvatting zou de zorg onwerkbaar maken. Toestemming vragen aan de ouders is in een acute situatie niet vereist.

Weigerende ouder(s)

Betekent dit alles nu ook dat als één van beide gezagdragende ouders (of beiden) toestemming voor behandeling weigert/weigeren, er geen behandeling kan plaatsvinden?
Nee. De WGBO biedt de arts de nodige ruimte om een kind dan toch te behandelen. Het belang van het kind is leidend. Eventueel kan door ouders of arts om een beslissing van de kinderrechter worden gevraagd.

Acute situatie

In een acute situatie mag überhaupt zonder toestemming worden gehandeld.

Kind jonger dan 12 jaar of wilsonbekwaam

Is het kind jonger dan twaalf jaar of ouder en wilsonbekwaam, dan beslissen beide ouders samen over een behandeling. De weigering van (één van beide) gezagdragende ouder(s) kán echter in uitzonderingssituaties worden gepasseerd op basis van ‘goed hulpverlenerschap’ (art. 7: 465 lid 4 BW).
Deze uitzondering is bedoeld voor situaties waarin een vertegenwoordiger duidelijk niet het belang van het kind dient en zijn of haar subjectieve mening teveel laat meewegen. Is de behandeling zeer noodzakelijk en zijn de motieven om te weigeren niet ingegeven door het belang van het kind, dan kan de arts op basis van ‘goed hulpverlenerschap’ ondanks de weigering van de betreffende ouder het kind toch behandelen, óók als het een ingrijpende behandeling betreft. Dat kan ook aan de orde zijn als een onderzoek noodzakelijk is om mogelijke kindermishandeling vast te stellen of als de gevolgen van kindermishandeling moeten worden behandeld. Bij twijfel is raadzaam tevoren te overleggen met een andere arts. Het belang van het kind dient voorop te staan. De weigerende ouder dient zo veel mogelijk vooraf over het voornemen tot behandeling te worden geïnformeerd. In geval van twijfel, bij een zeer ingrijpende of ongebruikelijke medische behandeling of als de weigerende ouder het kind feitelijk aan behandeling onttrekt, kan de kinderrechter om een beslissing worden gevraagd. Dit kan/kunnen de belanghebbende ouder(s) doen, maar kan de arts ook zelf initiëren, door via de Raad voor de Kinderbescherming om een beslissing van de kinderrechter te vragen.

Kind 12 tot 16 jaar (en wilsbekwaam)

Betreft het een kind in de leeftijdscategorie van 12 tot 16 jaar dat zelf instemt met de behandeling terwijl (een van) zijn (gezagdragende) ouder(s) daarmee niet instemt/instemmen, dan kan de arts het kind op grond van de WGBO (art. 7:450 lid 2 BW) toch behandelen als

  • het de behandeling zelf weloverwogen blijft wensen
  • de behandeling ‘kennelijk nodig is om ernstig nadeel’ voor het kind te voorkomen.

Weigert het kind zelf (ook) toestemming voor behandeling, dan kan de behandeling niet worden toegepast.

Kind vanaf 16 jaar (en wilsbekwaam)

Is het kind 16 jaar of ouder dan beslist het zelf en doet een eventuele weigering van de ouders niet ter zake.

 

Samenvatting

  • Moet een arts voorafgaand aan een medische behandeling van een minderjarig kind altijd toestemming hebben van beide met gezag belaste ouders?

Volgens de wet is dit het uitgangspunt, tenzij het kind 16 jaar of ouder is en wilsbekwaam.
Voor een nietingrijpende behandeling mag de toestemming worden verondersteld.
In een acute situatie is toestemming niet vereist.

  • Moet de arts – als een van beide ouders het kind begeleidt – altijd expliciet vragen naar de gezagsverhoudingen of de toestemming van de andere – niet-aanwezige ouder, bijvoorbeeld als u weet dat ouders gescheiden zijn?

Nee, dat hoeft niet altijd. Bij een nieuwe behandelrelatie is een arts in beginsel gehouden te vragen naar de gezagsverhoudingen. Bij twijfel kan het gezagsregister worden geraadpleegd. De andere gezagdragende ouder actief en expliciet om toestemming vragen is alleen vereist als er aanwijzingen zijn dat deze een andere mening is toegedaan dan de ouder die op het spreekuur verschijnt.
In een acute situatie mag zonder toestemming van de niet-aanwezige ouder worden behandeld.

  • Moet de arts een weigering van een gezagdragende ouder altijd respecteren?

Nee. Volgens de WGBO mag een arts onder omstandigheden de weigering van een gezagdragende ouder passeren. Dat kan ook aan de orde zijn als een onderzoek noodzakelijk is om mogelijke kindermishandeling vast te stellen of de gevolgen daarvan te behandelen. Het belang van het kind is leidend. De weigerende ouder moet wel zo veel mogelijk tevoren worden geïnformeerd.